Doorgaan naar hoofdcontent

Wat gebeurt er met de olieprijzen na de aanval van Israël op Iran?



In juni 2025 voerde Israël een aanval uit op militaire doelen in Iran. Deze aanval zorgde wereldwijd voor onrust op de oliemarkt. Veel mensen vroegen zich af: gaan de olieprijzen nu flink stijgen? En wat betekent dit voor de economie?

Direct na de aanval steeg de prijs van olie behoorlijk. De internationale olieprijs (Brent) ging met ongeveer 7% omhoog en kwam even boven de 74 dollar per vat uit. Dit kwam vooral doordat handelaren bang waren dat het conflict zou escaleren, en dat Iran misschien de Straat van Hormuz zou afsluiten – een belangrijke route waar dagelijks veel olie door vervoerd wordt. Maar die prijsstijging was van korte duur. Toen duidelijk werd dat Iran geen grote tegenreactie ging geven en dat de olieroute openbleef, daalde de olieprijs weer. Binnen een paar dagen stond de prijs alweer rond de 67 dollar per vat, bijna hetzelfde als vóór de aanval.

De oliemarkt is de afgelopen jaren flexibeler geworden. Veel landen, zoals de VS, zijn zelf meer olie gaan produceren. Daardoor is de wereld minder afhankelijk van olie uit het Midden-Oosten. Ook zijn er meer routes en reserves beschikbaar als er problemen zijn. Daarnaast speelt OPEC+, een groep olieproducerende landen zoals Saudi-Arabië en Rusland, een grote rol. Zij hebben afgesproken om in de komende maanden meer olie op de markt te brengen. Dat helpt om de prijzen laag te houden. Bovendien groeit de wereldeconomie momenteel minder snel dan verwacht. Dat betekent dat er minder vraag is naar olie. Minder vraag + meer aanbod = stabiele of zelfs dalende prijzen.

Veel olie-analisten denken dat de prijs van olie voorlopig redelijk stabiel blijft. Volgens een enquête van persbureau Reuters verwachten experts dat de gemiddelde olieprijs in 2025 rond de 67 dollar per vat zal liggen. Sommige banken, zoals Morgan Stanley, denken zelfs dat de prijs volgend jaar kan dalen naar ongeveer 60 dollar. Toch blijven er risico’s. Als het conflict tussen Israël en Iran toch verder oplaait, of als Iran besluit om de Straat van Hormuz te blokkeren, dan kan de olieprijs alsnog flink stijgen. Sommige schattingen spreken van 120 dollar per vat in zo’n scenario.

Voor de meeste mensen verandert er op korte termijn niet veel. De olieprijzen aan de pomp zijn al wat gedaald sinds het conflict. Maar als er onverwachte spanningen ontstaan, kan de prijs weer omhoog schieten. Dat zou gevolgen kunnen hebben voor brandstofprijzen, transportkosten en voedselprijzen.

De aanval van Israël op Iran zorgde even voor paniek op de oliemarkt, maar de situatie bleef uiteindelijk rustig. De prijzen stegen kort, maar stabiliseerden snel. De wereld is nu beter voorbereid op dit soort gebeurtenissen, al blijft de situatie in het Midden-Oosten altijd onzeker. Voor nu lijkt de olieprijs stabiel, maar alles hangt af van hoe het conflict zich verder ontwikkelt. Het blijft dus belangrijk om de ontwikkelingen goed in de gaten te houden.



Reacties

Populaire posts van deze blog

De 50/30/20-regel uitgelegd: zo verdeel je je inkomen slim

Wil je meer grip op je geld zonder elke euro te hoeven bijhouden? De 50/30/20 -regel is een simpele en effectieve methode om je inkomen overzichtelijk te verdelen. Deze populaire budgetformule helpt je om financiële balans te vinden, zonder dat je jezelf alles hoeft te ontzeggen of met ingewikkelde spreadsheets hoeft te werken. De 50/30/20-regel is een richtlijn voor het verdelen van je netto-inkomen – dus wat er overblijft nadat de belasting eraf is. Je verdeelt je maandelijkse inkomsten in drie duidelijke categorieën: 50% gaat naar vaste lasten en noodzakelijke uitgaven, 30% naar persoonlijke uitgaven en lifestyle, en 20% naar sparen of het aflossen van schulden. Het mooie is dat deze methode op elk inkomensniveau toepasbaar is. Of je nu €1.500 of €5.000 netto per maand verdient, de verhouding blijft hetzelfde. De eerste categorie, 50%, is bedoeld voor je vaste lasten en noodzakelijke uitgaven. Denk hierbij aan je huur of hypotheek, energiekosten, water, internet, boodschappen, zorgv...

Tijd in de markt verslaat market timing. Altijd.

Veel beginnende beleggers vragen zich af: wanneer moet ik instappen? Ze willen precies het juiste moment kiezen om aandelen te kopen — bijvoorbeeld tijdens een dip of net voor een stijging. Maar wat als ik je vertel dat tijd in de markt uiteindelijk veel belangrijker is dan het proberen te timen van de markt? Beleggen draait niet om perfecte voorspellingen of geluk hebben met timing, maar om geduld, consistentie en het benutten van de kracht van samengestelde groei, oftewel rente-op-rente. Tijd in de markt betekent dat je je geld lange tijd belegd laat staan. Je koopt bijvoorbeeld aandelen of ETF’s en in plaats van steeds in en uit te stappen, laat je het gewoon staan — jaar in, jaar uit. Het idee is simpel: hoe langer je belegd blijft, hoe groter de kans dat je rendement zich opstapelt. Aan de andere kant staat het concept van timing de markt: proberen op het perfecte moment in of uit te stappen. Hoewel dat aantrekkelijk klinkt, lukt het vrijwel niemand om dat structureel goed te doen...

Persoonlijke inflatie: waarom jouw geld sneller verdwijnt dan je denkt

In 2025 spreken de media regelmatig over inflatiepercentages van rond de 3%, maar voor veel mensen voelt het alsof hun kosten met het dubbele stijgen. Dat komt omdat er een groot verschil bestaat tussen officiële inflatiecijfers en wat jij als consument daadwerkelijk ervaart. Dit fenomeen noemen we persoonlijke inflatie – en het raakt steeds meer huishoudens. Terwijl de statistieken een gemiddeld prijsniveau meten, gaat jouw geld op aan een heel eigen mix van boodschappen, huur, zorg, vervoer en meer. En juist díe persoonlijke uitgaven stijgen in veel gevallen harder dan het landelijk gemiddelde. Sinds de energie- en grondstoffencrisis van 2022 is de prijsontwikkeling van producten en diensten sterk uit elkaar gaan lopen. In 2025 zien we bijvoorbeeld dat zorgpremies gemiddeld met 8% zijn gestegen, huurprijzen in stedelijke gebieden met soms wel 10% omhoog zijn gegaan, en boodschappen – vooral eieren, zuivel en groente – structureel duurder zijn geworden. Tegelijkertijd blijven prijzen ...